Tegenover de vele kwaliteiten van de BeoLab 4000 staan enkele beperkingen die je in overweging moet nemen. Allereerst is de connectiviteitsoptie relatief beperkt: de 4000 is ontwikkeld in een tijd en filosofie waarin Bang & Olufsen vaak proprietary of analoge aansluitingen hanteerde. Dat betekent dat je voor moderne digitale streaming, netwerkfeatures of eenvoudige integratie met universele AV-receivers mogelijk extra apparatuur nodig hebt, zoals een externe DAC, preamp of een B&O-broncomponent.
Een tweede punt is dat de bassweergave, hoewel gecontroleerd en accuraat, niet zo diep of imponerend is als bij grotere, op bass gerichte speakers. Als je primair op zoek bent naar een luidspreker die je woonkamer vult met monumentale lage tonen voor filmische effecten, dan zal de 4000 eerder aanvoelen als precies en ingehouden dan als subwoofer-vervangend. Voor een volwaardige home cinema-ervaring is aanvullende low-end ondersteuning aan te raden.
Tot slot: prijs en ondersteuning kunnen een overweging zijn. B&O-producten positioneren zich premium, en de BeoLab 4000 is geen uitzondering. Als je budgetbewust zoekt naar de beste prijs-kwaliteitverhouding met moderne connectiviteit, bestaan er alternatieven die meer features bieden voor minder geld. De 4000 blinkt uit in afwerking en klankkarakter, maar is minder competitief op gebied van flexibiliteit en moderne aansluitopties.